Waarom doe ik wat ik doe? (Deel 2)

 

Je kon hier al lezen waar de basis lag voor het starten met De Queeste. Ik richt me echter niet alleen op het begeleiden van cognitief begaafde leerlingen. Een belangrijk luik richt zich op het ondersteunen van onderwijsprofessionals.

Ik leg hier kort uit waarom ik dit zo belangrijk vind. In mijn vorige functie kwam ik met verschillende onderwijsmedewerkers in aanraking: kleuteronderwijzers, leerkrachten basisonderwijs, leerkrachten secundair onderwijs: praktijk en theorie, zorgcoördinatoren, leerlingbegeleiders, GON-begeleiders en directies. Een heel gevarieerde samenstelling onderwijsprofessionals, met vaak maar één doel: hoe kunnen we er voor zorgen dat onze leerlingen zo optimaal mogelijk ontwikkelen. Vaak zag ik ook veel twijfels, onmacht. Hoe moet ik, die dagelijks in direct contact sta met zo veel leerlingen, steeds het beste doen voor AL die leerlingen. Dit lukt me nooit! En dan nog al die administratie.

Als schoolpsychologe werd me van dag één duidelijk gemaakt dat diegene die in direct contact staan met de leerlingen het verschil maken. Het ondersteunen van hen is dus eigenlijk top prioriteit. In de Standaard verscheen in maart 2017 zelfs het artikel “Gelukkige juf of meester? Gelukkige kinderen”. Alleen, de meeste onderwijsprofessionals die ik ontmoette, waren niet gelukkig, ze waren moe. Ze droegen de last op hun schouders van de torenhoge verwachtingen van de maatschappij en zichzelf en de beperkte middelen en mogelijkheden die ze hadden. Bovendien werd de tijd om hen effectief te ondersteunen steeds beperkter.

Nu, met De Queeste, heb ik al de vrijheid om me te richten op wat ik echt belangrijk vind. Dat zijn dus zeker de onderwijsprofessionals. Al deze mensen kopen vaak boeken, lezen veel over hun vakgebied en investeren op die manier in hun eigen ontwikkeling. Ik doe dat ook, maar heb ervaren dat in gesprek gaan, in intervisie of supervisie gaan, mij veel sneller inzichten bijbrengt en tot veranderingen brengt. Dat is dan ook wat ik in De Queeste wil aanbieden: intervisie en supervisie rond onderwijsgerelateerde onderwerpen. Ik vertrek steeds vanuit je eigen krachten, rekening houdend met je eigen energie. Tot slot is het voor al de beroepen waarbij er contact is met andere mensen, dus zeker ook voor onderwijsberoepen, heel belangrijk aan zelfzorg te doen. In elke begeleiding, supervisie zal er dan ook aandacht zijn voor je positieve kwaliteiten, successen en manieren waarop je voor jezelf kan zorgen! Op deze manier wil ik ook bijdragen aan gelukkigere leerkrachten!

Wie weet, misschien mag ik jou eens ontmoeten in De Queeste?

Waarom doe ik wat ik nu doe? (Deel 1)

In mijn 1ste blogbericht kon je lezen hoe mijn traject naar het starten als zelfstandig schoolpsychologe gelopen is. Het was een traject van enkele jaren waarin steeds sprongen genomen werden.

In deze blog wil ik uitleggen waarom ik me binnen De Queeste focus op cognitief begaafde (of hoogbegaafde) onderpresteerders.

In oktober 2006 startte ik als psycho-pedagogisch consulente op een CLB. In mijn beginjaren begeleidde ik een zestal basisscholen met een hoog percentage kansarme leerlingen. Ik kwam al direct in contact met leerlingen die een IQ-score hoger dan 130 haalden op de WIPPSI of de WISC-III. Ik herinner me deze eerste twee leerlingen nog goed. Beide kinderen spraken thuis geen Nederlands (de ene sprak Urdu, de andere Turks). Beide kinderen konden al lezen bij de intelligentiebepaling in de 3de kleuterklas (zelfs de intelligentie-test-afname-handleidingen ondersteboven). Beide kinderen had ik onderschat bij de aanmelding en voor beide leerlingen wist ik niet welk traject nu het beste was. Mijn eerst gevolgde vorming als CLB-medewerker die voornamelijk scholen begeleidde met een hoge populatie kansarme kinderen was een reeks van drie avonden bij Tessa Kieboom in Antwerpen. Hierna wist ik al beter wat ik deze scholen kon adviseren om hun onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op deze leerlingen.

Na een aantal jaren basisscholen begeleid te hebben, kwam ik in het team voor het secundair onderwijs terecht. Ik begeleidde er een school met in hun aanbod deeltijds beroepsonderwijs, beroepsonderwijs en technisch onderwijs. De hoogbegaafde leerling die ik daar tegenkwam -er zat een uitgebreid verslag in zijn CLB-dossier- zat in het deeltijds beroepsonderwijs. Deze jongen had een IQ-score hoger dan 145. Hij had een zeer laag zelfbeeld -hij werd geclausuleerd voor ASO op het einde van zijn traject in 1A: geen studiehouding, geen resultaten- wist niet wat hij wou en was depressief. Een ander meisje zat in een creatieve richting in het beroepsonderwijs, lag voortdurend met de leerkrachten overhoop omdat ze het niet kon laten om ze op elke inconsequentie te wijzen en werd geschorst. Omdat ze niet meer in een andere school terecht kon, mocht ze wel nog deelnemen aan de examens. Ze was met glans geslaagd zonder deelname aan de lessen.

Dit lijstje is natuurlijk onvolledig, maar steeds opnieuw kwam ik leerlingen tegen die echt wel over meer dan voldoende capaciteiten beschikten, maar toch niet de resultaten behaalden die ze nodig hadden om een diploma te behalen. Waar ik het meest van schrok, was dat ze amper nog motivatie voor iets overhielden. Het was niet zo dat ze buiten het schoolse een boeiend, leuk en uitdagend leven hadden. Ze zaten gewoon thuis en deden niets meer.

Het doorverwijzen van deze leerlingen voor verdere begeleiding verliep moeilijk. Ik heb toen besloten me zelf meer te gaan verdiepen in het begeleiden van deze jongeren. Ik geraakte echter gefrustreerd omdat er in mijn toenmalige functie onvoldoende ruimte was om deze jongeren goed te begeleiden.

Ik schrijf dit stuk omdat het mijn drijfveer om te doen wat ik doe verduidelijkt. Maar ook omdat het beeld van de cognitief begaafde leerling die topprestaties haalt in het ASO niet klopt. Omwille van privacy kan ik niet meer uitweiden over bovenstaande leerlingen. Maar het verdriet dat ik bij deze jongeren zag, zal altijd een motivatie zijn om me voor deze doelgroep in  te zetten.

Hoe het begon – Een dank je wel aan die mensen die al in me geloofden voordat ik dat zelf deed.

Thuis ging het grapje al sinds mijn partner besloot als zelfstandige te starten en zijn vennootschap “Vijfendertig” noemde: “tegen dat jij 35 bent, werk je ook als zelfstandige”. Ik bevond mezelf toen nog in een gouden kooi als vastbenoemd CLB-medewerker, een boeiende en uitdagende job met contact met zowel leerlingen en ouders als leerkrachten, schooldirecties, pedagogische begeleidingsdiensten en jeugdhulp, een goed loon en met de schoolvakanties ideaal te combineren met een gezin. Toch ervoer ik het als een kooi. Ik wou meer kunnen betekenen voor de verschillende partijen waarmee ik tijdens het uitvoeren van mijn job in aanraking kwam. Maar eerlijk, ik had zelf een nogal vaste mindset: “Zelfstandige, dat is niks voor mij. Ik zou niet weten hoe. Kan ik dat wel? En dan moet ik echt geld vragen?!”. Ik volgde enkele boeiende opleidingen en bleef waar ik was, maar besloot toch al eens loopbaanbegeleiding te volgen. Ik was als pas afgestudeerde snel vast gestart op mijn oude stageplaats en had weinig ervaring hoe het er op andere plaatsen aan toe ging.

Ondertussen werd ik geïnspireerd door anderen. Miet Joris, ooit nog even collega, startte met kinderyoga en volgde zo haar droom. Carina Thomis, waar ik in mijn begin jaren als CLB’er veel van leerde, deelde haar passie rond geweldloze communicatie via lezingen en workshops. Af en toe durfde ik al denken: “Als zij dat durven, dan ik misschien ook?”. Echt overtuigd geraakte ik pas nadat Elke Gybels uitsprak dat ik echt wel over de nodige vaardigheden beschikte om een betekenisvolle oplossingsgerichte begeleider voor kinderen, jongeren en hun ouders te zijn. Elke Goffin was nog zo iemand waar ik naar opkijk. Ik kende haar eerst als mama van een klasgenoot van mijn oudste zoon (al klikte het niet echt tussen die zoons), dan als stagiaire op het CLB, en tot slot als collega. Omdat Elke zo doelgericht gestart was met Voluit!, ben ik met haar gaan praten  over de praktische kant van het opstarten van een eigen praktijk. In 2017 ben ik dan gestart met een traject bij Bryo om ook zicht te krijgen op de meer zakelijke kant van een eigen praktijk. Zelf ben ik nogal geneigd om me vooral inhoudelijk bij te scholen. Het traject bij Bryo heeft me geholpen om rekening te houden met de noodzakelijke mijlpalen bij het starten van een ‘onderneming’.

1 oktober 2017 was het dan zover. De start van De Queeste! De beste beslissing die ik heb genomen in 2017!

Dank je wel aan mijn lieve ex-collega’s, die geloofden in mijn ideeën en die ik nu soms toch wel mis. Jullie weten wel wie jullie zijn ;). Dank je wel aan die mensen die me inspireerden, gewoon door hun eigen weg te gaan. Dank je wel aan mijn partner Maarten om me deze kans te gunnen. En tot slot, dank je wel aan mijn “nieuwe” collega’s, om mee te supporteren in dit nieuwe avontuur.