Waarom ACT4Kids ?

Kinderen met een leervoorsprong willen net als alle andere kinderen bij de groep horen. Mensen willen connectie met andere mensen. Kinderen ook. Dat lukt het best als we op elkaar lijken en dus passen we ons aan.

Aan de andere kant willen kinderen met een leervoorsprong ook echt bij leren. Ze hebben vaak een leerhonger die moeilijk te stillen is.

Deze kinderen hebben wel specifieke obstakels. Ze wijken (per definitie) af van de normgroep. Ze ontwikkelen op een ander tempo dan hun groepsgenoten. Bovendien hebben ze vaak een ongelofelijk leerhonger, is hun hoofdje continu op zoek naar nieuwe dingen, bijleren, meer informatie. Tot slot ervaren ze vaak weinig frustratie bij het leren van die dingen die voor anderen een uitdaging vormen. Ze leren niet zoals de meeste kinderen stap voor stap frustratie van iets niet kunnen te dragen van kleins af aan.

Ik herinner me mijn oudste zoon, toen pas in de instapklas. Hij startte elke dag in een specifieke hoek van de kleuterklas, die waar het “maanzand” in een bak zat. Niet toevallig in een hoek van de klas van waaruit hij overzicht had over de hele klas. Hij startte zijn dag met “observeren”. Wat doen de anderen? Wat niet? Wat wordt er dan van mij verwacht? Thuis tekende hij al vlot, maar op school kribbelde hij. Na aandringen van de juf heeft hij eens een mannetje geschilderd. Hij heeft het haar vlug laten zien en daarna terug overschilderd. Want, blijkbaar deden de andere kinderen dat nog niet. Op zich is het “aangepast” gedrag. We leren allemaal oorspronkelijk door te kijken wat anderen doen en het na te doen. Alleen, wanneer je erg verschilt met de groep waarin je je bevindt, geraak je jezelf volledig kwijt door steeds te doen wat anderen doen. En dat gaat wringen. Je krijgt dan een algemeen slecht voelen, woede uitbarstingen, huilbuien, veel frustratie en verdriet. Wanneer je dat lang genoeg doet, dan weet je zelfs niet meer wie je bent, wat je kan, wat je graag doet, wat voor jezelf belangrijk is. Je kijkt voortdurend naar de anderen, je stemt je voortdurend af op hen.

Ouder en kinderen met een leervoorsprong herkennen voorgaande vaak. Het afstemmen op de andere en het verliezen van zichzelf.

Bij ACT4 Kids gaan we expliciet op zoek naar wat je hart doet fluisteren. Waar gaan je ogen echt van twinkelen? Wanneer zit je in je ‘flow’? Wat maakt jou leven het leven waard? En hoe handel ik hier naar, ook al zijn er ‘obstakels’? Hoe kan je je eigen pad volgen, ook als dat afwijkt van het pad dat je omgeving neemt? We leren kinderen om dat pad te volgen. Zij leren “kiezen” dat te doen dat er voor hen toe doet. Dat kan voor de ene zijn “Ik leer heel graag bij”, waardoor hij dan leert om aan te geven op school wat echt nieuwe leerstof was en wat, mooi verpakt, eigenlijk toch herhaling was. Dat kan ook zijn, “Ik vind vriendschap belangrijk” en dan leren om aan te sluiten bij de anderen op het ene moment en op het andere moment toch de eigen weg te gaan. Het kan ook zijn, “Ik wil heel graag een goede trompettist worden, maar zo gauw het moeilijk loopt, haak ik af. Hoe kan ik leren doorzetten als het er voor mij echt toe doet?”

Bij ACT4 Kids leren we in verschillende stappen kiezen om datgene te doen wat op dat moment best aansluit bij wat je nodig hebt.

In volgende blogs zal ik wat meer ingaan op hoe we dat dan leren.

Ben je nieuwsgierig of wil je meer weten. Aarzel dan niet en stuur me een mailtje: sien@dequeeste.eu

ACT 4 Kids – voor kinderen met een leervoorsprong

Wat en voor wie?

Kinderen met een leervoorsprong (2de graad basisonderwijs) ondersteunen in het doen wat hun hart fluistert! Ook al zijn er heel wat belemmerende gedachten/overtuigingen om het niet doen.

We komen allemaal lastige dingen tegen in het leven. Kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong ervaren nogal eens verveling, maar ook frustratie wanneer iets niet onmiddellijk lukt, ze geven op, worden intens boos en verdrietig en gaan lastige situaties uit de weg. Soms ervaren ze ook dat ze anders zijn dan de andere kinderen, waardoor sociale situaties of vriendschappen beladen worden.

Met ACT4Kids leren we via inzicht, maar vooral ervaring en DOEN hoe je ook met deze gedachten en emoties en in deze situaties zo kan reageren dat je toch blijft doen wat voor jou belangrijk is.

Bovendien komen ze in dit traject in contact met ontwikkelingsgelijken, wat vaak een verademing is.

De sessie is gepland tijdens de schooluren. Na overleg met de directie van de school kan een code P gegeven worden.

Wanneer?

woensdagen van 9u30 -11u30

16/09, 23/09, 30/09, 14/10, 21/10, 28/10

Max. 5 kinderen.

Prijs? 360 euro voor het hele traject

Inschrijven of meer informatie nodig stuur een mail naar: sien@dequeeste.eu

#hoogbegaafd #act4kids #leersvoorsprong #omgaanmetemoties #doenwatjehartfluistert

Doen wat je hart fluistert als ouder

He who has a why to live for can bear almost any how. – Friedrich Nietzsche

Stel je voor dat je tijd kon doorbrengen om een magische plek samen met je kinderen. Op deze magische plek is er niemand die over je oordeelt. Er is geen druk. Er is niets dat bereikt moet worden. Niemand zal ooit weten hoe je je tijd met je kinderen doorbracht. Deel van deze magische plek is dat jullie (jij en je kinderen) volledig beschermd zijn. Je kan eender welke fout maken en je kind zal er geen schade van oplopen. Je moet er dus helemaal niet mee inzitten of je het wel “juist” doet. In tegenstelling, op deze magische plek mag je je focussen op één ding: genieten van je rol als ouder. Wanneer jij tijd door kon brengen op deze magische plek met je kinderen, met de focus op niets anders dan er van te genieten, wat zou je dan doen? Wat maakt dat je net daarvoor kiest?

Of…

Probeer een beeld te bedenken dat symboliseert wat voor ouder jij wilt zijn. Hoe zou dat beeld er uit zien? Hoe zou je dat beeld omschrijven?

of

Wat voor ouder heeft jouw kind nodig? Wat voor ouder had jij als kind nodig?

De antwoorden die ik op dit soort vragen krijg in mijn begeleidingen zijn steeds ontroerend. Dat komt omdat dan aan de oppervlakte komt wat er voor jou echt toe doet. Los van de druk en verwachtingen van anderen over hoe je hoort op te voeden. Los van de hectiek van elke dag. Enkel de basis: dit wil ik voor mijn kind betekenen. Hier wil ik voor gaan staan in de opvoeding van mijn kind(eren). Wanneer mijn kinderen later (over een jaar of 20) vertellen over de opvoeding die ze kregen, wil ik dat ze dit onthouden hebben.

Binnen Acceptatie en Commitment Therapy (ACT) noemen we dit stuk van de begeleiding “waarden”. Je krijgt dan antwoorden als “Ik vind het belangrijk dat ik als ouder ook speels en onbevangen met mijn kind kan omgaan.” Speels en onbevangen is dan het noorden van het kompas. Of “Ik wil standvastig kunnen blijven staan wanneer mijn kind zelf wat wiebelig is. Of “Ik wil dat mijn kind mag ervaren dat kwetsbaarheid bij het leven hoort.” Of “Ik wil dat mijn kind mag ervaren dat je voor jezelf mag kiezen, ook wanneer je anderen daar mogelijk mee kwetst.”

The wholeheaerted Parenting Manifesto van Brené Brown staat vol met waarden. Het geeft je een soort van richting die je uit wil gaan. Een intern kompas, dat jou leidt op de lastige momenten en mooie momenten die je bij het opvoeden tegenkomt. Het zorgt er voor dat je weet waar je prioriteit aan wil geven op de rustige dagen en hoe je wil reageren op de lastige momenten. Bovendien helpt het je om hier en nu soms moeilijke dingen te doen, omdat ze voor jou passen in het grotere geheel waar je voor wil staan in de opvoeding. Je ervaart al een beloning op korte termijn, omdat je bent blijven staan voor wat er voor jou echt toe doet, ook al is het resultaat er nog niet onmiddellijk naar.

Hoe zit het met jullie? Hebben jullie jullie waarden als ouder helder? Wat is jullie kompas in woelige tijden?

#ACT #ACTenopvoeden #doenwatjehartfluistertalsouder #valuesbasedparenting #waardegerichtopvoeden #RFT #dequeeste

Bronnen:

Whittingham, K., Coyne, L.W. (2019). Acceptance and Commitment Therapy. The Clinician’s Guide for Supporting Parents.

Ik noem het “coronaverdriet”

Ik merkte het vanmorgen meteen. Mijn oudste zoon had heel wat verdriet. Ik kon het zien aan zijn houding. Hoofd lichtjes gebogen, ogen die wat waterig waren en hij reageerde wat scherper. Hij kon de drukte van zijn jongere broer rond zich ook niet echt verdragen.

Dus… hem onder de douche gestuurd en de jongste mee naar de bakker. Iedereen even rust.

Maar…het verdriet dat op bezoek was..was nog niet weg.

Na het ontbijt en even tijd voor schoolwerk, trokken we naar het park. Mijn oudste zoon liep zo’n 10 meter voor ons op. Even alleen.

Ook in het park, wou hij even alleen in de boom klimmen, even alleen bij de eendjes zitten. Worstelend met zijn verdriet.

Mijn moederhart heeft het op die momenten zwaar te verduren. Ik weet waar hij mee worstelt. Hij mist zijn vrienden. Hij mist zowaar school. Hij mist zijn trompetles, zijn academie…hij mist alles wat zijn hart normaal zo doet fluisteren. Hij draagt het al zo lang zo “flink”. Wat het pijnlijkste is als mama “Ik kan dit niet voor hem oplossen.” Ik kan er niet voor zorgen dat hij weer gewoon naar school kan. Gewoon bij zijn vrienden kan zijn. Weer alles kan doen waar hij zo blij van wordt. Ik kan het niet voor hem “fixen”.

Dus..doe ik wat ik ook mijn cliënt(jes/en) leer. Ik blijf bij hem. Ik blijf samen met hem bij zijn verdriet. Zet me langs hem en begin met hem te praten. Geef aan dat ik zie dat hij verdrietig is. Dat ik zie dat hij zijn uiterste best doet om “er het beste van te maken”. Dat het ook echt al lang duurt. Dat het logisch is dat hij het er soms mee gehad heeft (ja… ook de kinderen zelf hebbenhetgehad ;)). Ik zwijg ook. Zit gewoon bij hem.

Hij legt zijn hoofd tegen me aan. Ik leg een arm om hem heen. En dan komen de tranen. Dikke stille tranen. (Bij mij komen ze nog nu ik dit schrijf).

Ik kan het niet voor hem “oplossen”. Ik kan er wel voor hem zijn. Ik kan hem wel laten voelen dat verdriet er mag zijn. Dat het normaal is dat je dan eens wat scherper reageert dan je zou willen. Dat tranen er mogen zijn. Dat het lastig mag gaan. En dat ik er dan ook voor hem ben. Dat hij dit niet alleen moet dragen.

Dat is wat mijn mama hart fluistert. Ik wil dat mijn kinderen weten dat wat ze ook voelen, dat dat er mag zijn. Ook ergernis ten aanzien van zijn jongere broer. Ook ergernis ten aanzien van mij. Ook verdriet. Alles.

Ik vind het niet altijd gemakkelijk. Ik lijk te voelen wat hij voelt. Alleen… ik weet dat als ik goedbedoeld hem zou proberen opvrolijken, zijn gevoel weggeduwd wordt. Dat ik dan negeer hoe belangrijk anderen wel niet voor hem zijn. Dus..blijf ik bij hem en zijn gevoel, met tranen in mijn ogen. En dat is ok.

Heeft jouw kind ook last van coronaverdriet en wil je ook je kind ondersteunen in dat verdriet? Experimenteer dan eens met volgende stappen. Merk ook op wat het met jezelf doet en met de verbinding die je met je kind ervaart.

Adem eerst zelf een aantal keren bewust in en uit.

Sta stil bij wat je wilt dat je kind ervaart. Geef aandacht aan de neiging om het verdriet bij je kind weg te halen. Tuurlijk wil je dat. Een van de wezentjes die je het allerliefst op aarde ziet heeft ‘pijn’. Tuurlijk wil je dat dat stopt. Alleen, de ervaring leert dat je dat niet wegnemen. Geef er ruimte voor dat je het wil.

Ga naar je kind toe. Zet je er even rustig bij.

Zwijg even.

Geef aan wat je ziet. Zeg dingen als “Je lijkt te worstelen.” of “Ik zie dat je wat bedrukt kijkt, het lijkt alsof je verdrietig bent.” Gebruik die woorden die jullie thuis gebruiken om dit soort situaties te omschrijven.

Normaliseer het verdriet. Natuurlijk ben je nu verdrietig. Natuurlijk mis je je vrienden. Het duurt ook al zo lang. Wanneer je kind dingen deelt, luister dan. Probeer niet af te wegen of het nu al dan niet terecht is wat het kind zegt. Blijkbaar is wat hij/zij aangeeft dat wat er op dat moment speelt.

Blijf even bij je kind. Geef het ruimte. Zwijg.

Als je kind het toelaat, sla een arm om hem/haar heen. Zit gewoon even samen met het verdriet.

Je kind geeft dan zelf wel aan wanneer hij/zij weer terug verder wil met de dag. Geef de tijd die nodig is.

Lukt het je niet de tijd te geven die nodig is (want ja, er is weer een online meeting voor het werk). Geef dan aan “Ik zie dat je het nog lastig hebt, ik moet nu weer even verder. Komen we er straks even bij terug?” Geef een grote knuffel en ga verder met wat moet. Kom er later dan ook weer even op terug.

Ik ben heel nieuwsgierig naar wat dit je brengt. Hier heeft het alleszins altijd het effect dat iedereen weer een beetje rustiger is. Dat we voelen dat we elkaar graag zien. Dat ieder er mag zijn. Met wat hij/zij ook voelt op dat moment. Dat gun ik jullie allemaal.

(en stiekem duim ik op het heel snel versoepelen van de maatregelen voor kinderen ;).)

#ACTenopvoeden #acceptatie #ACT4kids #ACTenkinderen #doenwatmijnhartfluistert #doenwatmijnhartfluistertalsouder #coronaverdriet #verdrietenkinderen #bijhetverdrietvanjekindblijven #dequeeste

Kemmetgat! – Hoe ik met mezelf omga op zulke momenten

Deze noodkreet zag ik voorbijkomen in mijn facebookfeed. Het werd geschreven door een vriendin, toffe collega, ongelofelijke moeder en daar boven ook nog zelfstandige.

Ze heeft het gehad. Het combineren van .. nu ja ALLES. En mama zijn met 2 kleuters al 9 weken in huis!, en een praktijk draaiende houden met een overvolle agenda, een gigantische to do lijst en een huishouden runnen en.. .

Ik herken het. Hier geen 2 kleuters, maar 2 zonen van 8 en 10. Ook al 9 weken thuis. Ook nog geen vooruitzicht naar terug naar school… . Ik stuurde gisteren ook een bericht naar een goede vriendin ..dat ik er van baalde, dat ik me schuldig voelde dat ik er van baalde…dat ik ’t er mee gehad had :s… .

Wat ben ik op deze momenten dankbaar dat ik geleerd heb om mild voor mezelf te zijn. Wanneer het me allemaal wat te veel wordt…drink ik een glas wijn (#keepingitreal) én neem ik een moment voor mezelf en doe ik een “zelf-compassie” oefening. Oftewel, ik gun het mezelf dat ik mezelf toespreek zoals ik dat bij een lieve vriendin zou doen. Niet de tirade te blijven volgen die mijn hoofd dan naar me smijt. Je kent het wel.. de “Je had weer niet genoeg tijd voor je jongens vandaag. Hoe moeten zij zich wel niet voelen. En weet je wel wie je nog allemaal moet mailen? en de was? Wat gaan we vanavond eten? Het is hier een puinhoop… . Wanneer mogen die kinderen nu eindelijk weer naar school”… .

Maar wel, warm en liefdevol.

Hoe dat dan gaat?

Dat schrijf ik hier onder even voor je uit. Voor mij is het iedere keer een keerpunt. Het helpt me om ook wanneer het me wat te veel word, toch nog die mama te kunnen blijven die ik echt wil zijn.

Adem een aantal keren in en uit. Geef jezelf een momentje om te voelen hoe het met je gaat.

Merk op wat er op dit moment allemaal door je heen gaat. Hoe spreek jij jezelf nu toe?

Hoe herkenbaar zijn die gedachten? Hoe vaak spreek je jezelf zo toe op een lastig en moeilijk moment?

Je gedachten razen maar door.

Stel je nu voor dat een heel goede vriend langs je stond. Hij weet precies hoe jij je nu voelt. Hij weet precies wat er op dit moment allemaal gaande is in je leven.

Misschien dat die vriend nu zelf op een iets rustigere plek in het leven staat. Een iets rustigere plek als ouder.

Stel je voor dat die vriend precies kan aanvoelen wat jij nu nodig hebt. Welke woorden zou hij uitspreken? Welke boodschap zou hij je nu geven? Onthou dat je vriend niet zal oordelen en de situatie ook niet rooskleuriger zal maken.

Stop. Luister. Laat de woorden van die vriend tot je komen.

Leg een hand op je hart. Geen reden om dit gehaast te doen. Maak contact met wat jij nu nodig hebt.

Geef jezelf toestemming om daar aan tegemoet te komen.

Dit nodig hebben maakt je geen slechte ouder, dit maakt je niet zwak, niet egoïstisch.

Wat jij nodig hebt doet er toe. Ook op dit moment. Het is verschrikkelijk zwaar om in deze omstandigheden zonder duidelijke perspectieven de kinderen full-time thuis te hebben.

Het is verschrikkelijk zwaar om al die rollen proberen te vervullen.

Wees mild.

Stel je jezelf nu voor, terwijl je krijgt wat je nodig hebt. Neem de tijd om dat beeld af te maken. Zie jezelf al in dat bad liggen, met schuim, wijn…een goed boek.. . Of wat het ook is dat jou deugd zou doen.

Voel jezelf omarmt door warmte en wijsheid.

Rust even in dit moment.

En keer er naar terug, iedere keer wanneer je het nodig hebt.

Het gaat niet eens om het effectief vervullen van je behoefte. Ik heb hier in dit appartement niet eens een bad :). Het gaat om erkennen van je behoeften. Het jezelf anders toewensen. Dit toelaten. Jezelf een moment van warmte en mildheid gunnen.

Daarna is het makkelijker om weer die ouder te zijn die je wilt zijn. Die ouders te zijn waarvan je hart fluistert dat het dat is wat je wil betekenen voor je kinderen. Zo vaak als dat lukt. Niet meer, niet minder.

Los daarvan, als je kan opmerken dat je een bepaalde behoefte hebt, kan je kijken of er een kleine mogelijkheid is om hem met een kleine actie al een mini-beetje in te lossen. Ik zou bijvoorbeeld ook even heel bewust mijn handen kunnen wassen en de tijd nemen om ze te verzorgen met een fijne handcrème, voor ik weer verder ga met de dag.

#zelfcompassievoorouders #liefzijnvoorjezelf #kleinedingendoenertoe #ACTenopvoeden #compassieindeopvoeding #mildheidvoorjezelf #dequeeste

Waarom moet ik dat nu doen?

 

Toevallig las ik vandaag 2 verschillende blogs om je tijd beter te beheren.

Beiden hadden het over ‘Moet ik dit nu doen?”.

Je weet wel: er wordt dan specifiek gekeken of het wel moet? of jij het zelf moet doen? of dit nu moet? of het nu moet enz.

En ik, ik moest ineens lachen. Want dat is nu net wat mijn kinderen ALTIJD uitroepen wanneer ik hen iets vraag.

“WAAROM MOET IK DAT NU DOEN??!!!” (denk er de nodige verontwaardiging en het nodige volume bij).

De tijd van onderhandelen, uitleggen… eerlijk, ik antwoord nogal eens “Omdat ik het vraag, toch?”.

Ik doe mijn uiterste best om hen dit af te leren, dat eeuwige “Waarom moet dat? Waarom moet dat nu? Moet ik dat wel doen? Waarom moet mijn broer dat niet doen?…”.

Maar vandaag, bij het lezen van de blogs… dacht ik “Lap, dat is best wel een wijze vraag van mijn zonen.”

Misschien leer ik het hen beter niet af?

Weet je wat ik wel ga doen? Samen met hen eens een gesprek hebben, over die fameuze vraag. Samen eens kijken hoe we hun tijd regelen, welke taken best wel gedaan worden,… .

Want wat wil ik hen eigenlijk leren? Welke waarde streef ik bij het opvoeden van mijn zonen na? Blinde gehoorzaamheid? Zonder vragen, zonder morren, onmiddellijk doen waar ik op eender welk moment aan denk? Nee. Ik wil dat ze de nodige vaardigheden leren om, tegen dat er niemand meer langs hen staat om te zeggen wat ze “moeten” doen, datgene te doen dat nodig is om dat leven te leiden dat ze willen leiden. Gaat wel wat op mijn tong bijten van mij vragen, inslikken van “Ruim dat NU op” of “Ga NU douchen” . Laat ons dan hopen, dat zij als volwassenen niet meer moeten leren van de time-management blogs.

#ACT #ACTiefopvoeden #opvoeden #waarden #values #waardegericht

De blogs die ik vandaag las:

https://consento.be/Artikels/hoe-je-van-stresstember-weer-september-maakt-door-beter-met-je-tijd-om-te-springen.html

https://www.ampersandcopy.com/blog/uitbesteden-kan-je-leren-of-hoe-ik-als-solo-ondernemer-al-mijn-bordjes-in-de-lucht-houd?utm_sq=g55n2txm1t&utm_source=Facebook&utm_medium=social&utm_campaign=Ampersand&utm_content=OwnBlogPosts&fbclid=IwAR2JbQOUfbFbRpkr8m42PSjSkVyrsJyz_4AQQwZn7bVgOsjzlG_n0Wn3Ja4

 

Mindset en hoe ik er naar kijk

Wanneer je je verdiept in (uitzonderlijk-hoog)-begaafde kinderen en jongeren, die niet de prestaties halen die ze zouden willen halen (onderpresteren), dan kan je niet om het begrip “mindset” van Carol Dweck heen.

Mijn hele avontuur in de vormingswereld rond hoogbegaafdheid begon dan ook met een intensieve 2-daagse training rond Mindset in Nederland. Twee dagen werd ik ondergedompeld in zowel theorie als ervaring. Ik was er zo van overtuigd, dat ik bij de opstart van De Queeste, zelf ook de werkboeken rond mindsettrajecten en oefeningen ter bevorderen van een groeimindset integreerde in mijn begeleidingen. Ook de groepsbegeleidingen die ik mee ondersteunde, hadden als doel meer een groeimindset te ontwikkelen. Vanuit de overtuiging “Anders denken, zorgt voor anders voelen en ander gedrag“.

Hoewel de kinderen/jongeren wel wat erkenning vonden in het denken als Fixie of Growie, bovendien ook inzicht kregen in hun eigen handelen en waarbij ze zich comfortabel voelen en waarbij niet, zagen we echter ook andere effecten. Kinderen konden opmerken bij zichzelf “Ik denk meestal zoals Fixie” en het is zo moeilijk om zoals “Growie” te denken.” Vanuit de uitleg en de oefeningen hadden ze afgeleid dat “denken zoals Growie“, beter was of op zijn minst na te streven was. Denken zoals Fixie is dan eigenlijk niet goed. Aangezien zij vaker dachten zoals Fixie (waarom zou je anders naar zo’n groep komen), concludeerden ze “ik ben niet goed”. Ze probeerden wel en konden vaak ook heel goed verwoorden hoe  Growie zou denken, wat Growie zou doen. Alleen, bij hen kwam Fixie steeds weer op de proppen en Fixie leek vaak te zeggen “Doe het maar niet, het kan fout aflopen.” Het leek alsof Fixie altijd won van Growie*.

Logisch eigenlijk ook, denken als Fixie had een functie. “Help, gevaar, dit zou wel eens niet kunnen lukken. Dan ben ik helemaal een mislukkeling. Ik doe het beter niet. Anderen gaan anders zien dat ik dat niet kan.”  Er is niets abnormaals aan denken op deze manier. Ons verstand is zo geëvolueerd dat het sterk is in het opsporen van gevaar. Bij de groep horen, sociaal aanvaard worden, was/is evolutionair gezien van groot belang om te overleven. Goed overkomen is dus heel belangrijk. Bovendien laten onze gedachten en gevoelens zich niet controleren. Ze komen en gaan. We kiezen niet bewust wat we wel of niet denken. Het is een stroom van gedachten en gevoelens, die de hele dag maar door gaat. Het is dus niet eenvoudig (eigenlijk eerder: onmogelijk) om denkpatronen zomaar te veranderen. De eerste reflex was steeds opnieuw “denken zoals Fixie“. Bovendien, bleef ook de functie van het denken zoals Fixie en de bijbehorende gedragingen bestaan. Namelijk: zorgen dat het beeld dat de groep van je heeft intact blijft én zorgen dat het beeld dat je van jezelf hebt intact blijft én door je niet te gedragen zoals Growie zou doen, vermijdt je op korte termijn ook dat oncomfortable gevoel dat bij iets nieuws doen/leren lijkt te horen. Op iets langere termijn komen we wel vast te zitten, daarom dat ouders opzoek gaan naar begeleiding.

Zowel bij mezelf als de kinderen in de (groeps)begeleiding merkte ik dat toch niet iedereen opeens bereid was om zijn comfortzone te verlaten. Nieuwsgierig als ik ben, ben ik me dan meer gaan verdiepen in ACT (Acceptatie en Commitment Therapy) en in RFT (Relational Frame Theory). Binnen dit kader kijk je onder andere anders naar gedachten, je probeert ze niet te veranderen (niet van Fixie naar Growie) maar je gaat wel op zoek hoe je je anders kan verhouden tot deze gedachten. Ik ging  dan binnen dit kader opzoek naar hoe je een vaste en een groei mindset best kan begrijpen. Binnen dit perspectief kan je een vaste mindset (Fixie) zien als het volledig samenvallen (fusie) met je beeld van jezelf  ( ACT-term: zelf-als-inhoud). Mensen met een vaste mindset, zijn erg rigide in het beeld dat ze hebben van zichzelf en gedragen zich alsof hun zelfevaluaties hun ‘zijn’, hun ‘essentie’ definiëren. Bijvoorbeeld: “Ik ben slecht in wiskunde.” Het gedrag dat ze hierop kunnen stellen is eerder rigide. Ofwel zie je allerlei uitstel gedragingen en blijft het leveren van een inspanning uit De overtuiging “Ik ben slecht in wiskunde” wordt dan verder verantwoord door de zwakke resultaten. Ofwel schieten ze door en gaan ze super hard werken voor wiskunde om te voorkomen dat ze slechte resultaten neerzetten. De overtuiging “Ik ben slecht in wiskunde” blijft dan ook vaak wel, WANT ze moeten er wel heel hard voor werken om een behoorlijk resultaat neer te zetten. Wanneer we “vast” zitten in deze overtuigingen, is de kans groter dat we ook vast zitten in bepaalde gedragingen. We gaan minder (of niet) afchecken in het hier-en-nu wat werkbaar is.

Een groeimindset (Growie) kan je eerder zien als een lossere, flexibelere kijk op je beeld van jezelf (ACT-term: zelf-als-context). Je beeld over jezelf is flexibel en je betrekt de context bij het invullen van jezelf op dat moment.  Wanneer de gedachte “Ik ben slecht in wiskunde“-opkomt, dan beschik je over de vaardigheid om te zeggen “Ik (nu) zie dat ik (net) de gedachte had ‘ik ben slecht in wiskunde.‘” Dit perspectief helpt om zulke zelfbeelden als voorbijgaande ervaringen te zien, eerder dan werkelijke beperkingen waarnaar je je moet gedragen. Dit perspectief geeft ook de ruimte om na te gaan wat er werkelijk gaande is. Je kan dan de volgende vragen stellen:  Wat begrijp ik niet van dit onderdeel van wiskunde? Tot waar begrijp ik het wel? Hoe wil ik met dit soort situaties omgaan? Wat heb ik nu nodig om dit beter te begrijpen?

Specifiek voor hoogbegaafde kinderen die aangemeld worden voor trajecten, blijkt vaak dat er geconcludeerd werd “Ik ben slim.” De omgeving heeft “slim” gedrag, “slimme” opmerkingen, “uitzonderlijke resultaten” vaak beloond (complimentjes, opmerkingen, … ) of benoemd. Of, deze kinderen hebben zelf afgeleid “Ik ben slim.”, door te vergelijken met anderen in hun context. Gezien dat ook deze kinderen graag sociaal aanvaard zijn, proberen ze aan dit beeld te blijven voldoen (Ze werden hier immers voor beloond).  Bovendien houden wij, mensen van coherentie. We houden van dingen die ‘kloppen/passen’ met hoe we er over denken. Een kind dat zichzelf (of door anderen gedefinieerd wordt als “is slim/ hoogbegaafd”.) wilt dit ook steeds bevestigd zien. Best vermijdt je dan situaties waarbij het verstand voorspelt dat falen mogelijk is. “Ik ben slim” is dan immers niet meer coherent. Bovendien gaan ze niet erg flexibel met dit label om. Je merkt dat ook vaak aan de uitspraken, “Nee, anders ben ik dom!”  of nee “Ik ben dom dom! ik kan dat helemaal niet!”  wanneer ze blootgesteld worden aan een echte uitdaging. Tot slot, is dit beeld over zichzelf weinig complex. Ze nemen al de verschillende contexten onder 1 noemer: ik ben in alle situaties slim of niet. Ze checken niet meer af in de situatie hier-en-nu. Ik ben ALTIJD slim, of niet. Met andere woorden, ze controleren niet meer of het beeld klopt en ze gaan situaties uit de weg waarbij het beeld mogelijk niet zou kloppen. Door het vermijden van situaties waarbij een genuanceerder of complexer beeld over zichzelf kan ontstaan, blijven ze nog meer vast zitten in hun zelfbeeld.

Ik ga in mijn begeleidingen niet meer aan de slag met de mindset werkboeken, geef geen standaard psycho-educatie meer over een vaste of een groei mindset.

Wat doe ik dan wel?

Bij kinderen ga ik aan de slag met ACT4KIDS. Ik ga op verkenning met hen, oefen samen met hen in het opmerken in het hier-en-nu (boom-vaardigheden),  zoek uit wat hun hart doet fluisteren (hart), wat ze meer willen doen (kat), welke gedachten, gevoelens (uil) en gewaarwordingen (boom) er opkomen , hoe ze op een andere manier met deze gedachten kunnen omgaan (olifant) en dat terwijl ze kunnen oefenen in het mild met hunzelf omgaan (kat).

Ook jongeren en jongvolwassenen die vastlopen in hun zelfbeelden kunnen bij mij terecht. Bij hen werk ik met het AWO-W model. Ik leer hen om kennis te maken met hun Adviseur, hun Waarnemer en hun Ontdekker. Samen met deze 3 vaardigheden, ondersteun ik hen om stappen in de richting te zetten van wat zij Waardevol vinden. Het AWO-W model is altijd contextueel. Ik oefen met jongeren om bepaald gedrag steeds te zien in de context ( zowel hun eigen gedachten en gevoelens als de omgeving) waarin ze het gedrag stellen (of zouden willen stellen) en telkens opnieuw zetten we de Waarnemer in om te checken wat er zich afspeelt in het moment zelf.

Ben je nieuwsgierig en wil je meer weten? of denk je: mijn kind zou met deze begeleiding gebaat zijn, dan mag je me steeds contacteren.

* Ik wil hier nog benadrukken dat het uiteraard genuanceerder gegeven werd (en ook omschreven wordt in de literatuur en trainingspakketten), alleen, kinderen leiden zelf dingen af. Ze denken zelf na. Ze trekken hun eigen conclusies. Wij, als volwassenen, hebben geen totale controle over de conclusies die kinderen trekken vanuit de informatie die we geven.

Bronnen:

Barnes-Holmes, D., Barnes-Holmes, Y., McEnteggart, C. & Harte, C. (2019). Advances in RFT: Implications for Clinical Behavior Analysis. Pre-Conference ACBS Dublin, 25/06/2019 en 26/06/2019.

Ciarrochi, J., Atkins, P.W.B., Hayes, L.L., Sahdra, B.K. & Parker, P. (2016). Contextual Positieve Psychology: Policy Recommendations for Implementing Positive Psychology into Schools. Frontiers in psychology. https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fpsyg.2016.01561/full

Coyne, L.W. & Whittingham, K. (2019). Acceptance and Commitment Therapy: The Clinician’s Guide for Supporting Parents.  Academic Press

Dweck, C. S.  (2006). Mindset. How you can fulfil your potential. New York: The Random House Publishing Group.

Hayes, L.L. & Ciarrochi, J. (2015). The Thriving Adolescent. Using Acceptance and Commitment Therapy and Positive Psychology to Help Teens Manage Emotions, Achieve Goals, and Build Connection. Oakland: Context Press.

Raeijmaekers, F. (?) Werkboek Mindset. Breda: Het talentenlab.

Samsen, M. & de Heus, J. (2017). Acceptance and Commitment Therapy bij kinderen en jongeren. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

 

 

 

Mijn eigen leerweg

Wanneer je je verdiept in begaafde leerlingen, kom je nogal snel de Profielen van begaafde leerlingen van Betts en Neihart tegen. Ik ga deze profielen in deze blog niet verder uitwerken, maar als je er meer over wil weten, klik dan maar op volgende link:  https://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/profielen-van-leerlingen

Hoewel ik geen voorstander ben om mensen te labelen (ook niet in “zelfsturend autonoom” of “uitdagend creatief” of “aangepast succesvol” of…), heb ik deze indeling wel al regelmatig gebruikt om te kunnen kaderen wat een leerling nu net nodig heeft van zijn omgeving om verder te ontwikkelen.

Aan de top van dit schema staat de “zelfsturende autonome leerling”. Dat het aan de top staat, suggereert dat dit is waar we naar streven. We streven er naar dat begaafde leerlingen goede sociale vaardigheden hebben, eigen doelen ontwikkelen, enthousiast werken voor hun passies, creatief zijn, opkomen voor hun eigen opvattingen, risico’s durven nemen, durven te leren en weet wat hij/zij kan en dat ook laat zien. Deze leerlingen hebben ruimte nodig om onbegrensd te mogen leren. Als ouder/leerkracht word je geacht hen te blijven stimuleren om hun eigen pad te kiezen en hun mogelijkheden verruimen om passies verder te ontwikkelen.

Doorheen mijn schoolcarrière heb ik me zowat in al de verschillende profielen kunnen herkennen. Van aangepast succesvol (het brave meisje met de goede punten en veel traantjes wanneer ik eens een 8,5 had), tot de uitdagend creatieve puber die vond dat ze haar leerkrachten wel mocht wijzen op fouten in de eerste 4 jaren van het secundair onderwijs (behoorlijk hard afgestraft trouwens), tot de onderduikende leerling die maar net ging voor 50%, want hoger mikken zou wel eens op teleurstelling kunnen uitdraaien (derde graad secundair onderwijs en universiteit).

Nu, sinds mijn afstuderen aan de universiteit ben ik blijven bijleren. In mijn eerste jaar na het afstuderen volgde ik verschillende modules van het postgraduaat autisme en (rand)normale begaafdheid en zorg aan de toenmalige Khlim. Daarna volgde ik het postgraduaat psycho-pedagogische counseling aan de toenmalige Lessius Hogeschool. Later nog volgde ik het postgraduaat Oplossingsgericht begeleiden en hulpverlenen aan de UCLL. Steeds was ik met glans geslaagd. Ik kon mezelf terug zien als een “aangepast succesvolle leerling.” Tussen deze postgraduaten door, volgde ik nog een hele resem studiedagen en andere kortere trajecten. Het spannendste traject was mijn traject tot “Filosofisch gespreksleider”, daar wou ik al veel eerder mee starten, maar eerlijk, ik durfde niet zo goed, want daar moest je vooral DOEN. Niet zozeer theorie verwerken en bijstuderen, maar vooral gesprekken leiden, hierop reflecteren, jezelf bijsturen. Hier kon je niet “onderduiken”. Iedereen moest met de billen bloot. Ik ben heel blij dat ik het heb aangedurfd om dit traject aan te gaan en heb genoten van elk filosofisch gesprek dat ik mee gevolgd en geleid heb!

In september 2018 startte ik nog een traject, het postgraduaat contextuele gedragstherapie bij Allegre.  Ook best spannend, want als je een beetje vertrouwd bent met Acceptatie en Commitment Therapie, weet je dat je niet om zelf ervaren heen kan. Bovendien MOEST je in dit traject ook zelf in (leer)therapie. Geen kans meer om jezelf te verstoppen, geen kans meer om je eigen onzekerheden weg te moffelen, geen kans meer om te groeien zonder al te veel ongemak.

Ik heb dit jaar zo veel geleerd. Zowel over mezelf als in het begeleiden van mijn cliënten. Eigenlijk is het niet te omschrijven. Ik heb ook al lang niet meer zoveel gehuild als dit jaar. Zoveel open en oprechte gesprekken gehad met mensen rond mij die er voor mij echt toe doen. Zo bang geweest. Zo stuntelig en onhandig soms ook.

Ook dit jaar heb ik (uiteraard) succesvol afgerond.

Ik heb me ook nog nooit zo stevig voelen staan als nu.

Dat steviger staan heeft ook gemaakt dat ik me niet ga inschrijven in het 2de jaar van het postgraduaat. Ik durf, eindelijk, zelfsturend en autonoom te leren. Ik wil zelf kiezen wat ik wil bijleren, op welke manier en bij wie. Ik wil de vrijheid voelen en mijn eigen verantwoordelijkheid nemen om mijn eigen weg te gaan.  Best spannend hoor, soms wankel ik even…Dan komt mijn hoofd weer met… “Ja maar, hoe gaan ze ooit geloven dat je wat kan als je niet het juiste papiertje kan voorleggen?” En tegelijkertijd, weet je.. dat papiertje gaat niet maken dat ik in mezelf geloof (want hoe zou dit nieuwe papiertje dan ineens anders zijn dan al die vorige papiertjes die ik met glans heb behaald?), het DOEN gaat maken dat ik kan ervaren dat ik een verschil maak in mensenlevens.

Dus… ja, practice what you preach.

Ik stel mijn eigen traject samen. Ik ga in Londen wat workshops volgen, ik blijf in supervisie, mijn leertherapie loopt nog wel even door (vermoed ik), ik zoek nieuwe mensen op om van te leren, ik lees boeken, artikels en doe!

Want weet je “What good are wings without the courage to fly.” – Atticus

 

Worstelen met onze gedachten en gevoelens

In mijn studententijd volgde ik een faalangsttraining. Ik leerde er mijn eigen gedachten te bediscussiëren. Ik heb bijvoorbeeld elke paper deadline gehaald, was er ook steeds op geslaagd, maar toch begon ik steeds op het laatste moment. In mijn hoofd was ik er immers van overtuigd: “dat ik niet goed kan schrijven”, “dat het waarschijnlijk de slechtste paper van de hele hoop was”, “dat ik me hopeloos belachelijk maakte”,… . Elke keer wanneer ik achter mijn computer kroop om te schrijven, kwamen deze gedachten op: gevolg, ik ging nog een koekje eten, heb enorm veel fictie gelezen, mijn kot was altijd kraaknet….maar ik begon nog niet. Na de faalangsttraining, kon ik helemaal uren doorgaan in mijn hoofd. De gedachte “Ik kan helemaal niet goed schrijven”, werd dan bestreden met “Maar, je hebt eigenlijk toch altijd goede punten?” of “Je feedback is toch steeds in orde”. Toch ging de overtuiging “Ik kan helemaal niet goed schrijven”, niet weg. Ik ben er nog steeds van overtuigd! Onlangs had ik nog eens een essay deadline. Ik werd er helemaal zot van. Echt, iedere keer als ik wou starten met schrijven, stond ik weer op, dronk nog een tasje koffie, nam een koekje, ruimte mijn praktijkruimte op, had nog een facebookgesprek met … . Tot ik kon opmerken dat de gedachte “Mijn paper zal toch niet goed genoeg zijn” mij blijkbaar tegen hield. Ondertussen heb ik geleerd om de gedachte op te merken, op te merken wat dat met me doet, lief te zijn voor mijn brein voor de waarschuwing én gewoon toch te beginnen me schrijven. Onderstaand filmpje geeft een metafoor voor de gedachtenstrijd én een korte blik op het alternatief. Zit jij ook zo vaak in een gedachtenstrijd en slorpt het je zo op dat je niet meer (of nogal laat) doet wat je belangrijk vindt, dan wil ik je graag verder begeleiden.

1 jaar De Queeste!

Zo zag het er uit iets meer dan 1 jaar geleden.

Vandaag, 1 jaar De Queeste!

De Queeste, dat is ook een beetje mijn eigen weg zoeken. Merken waar ik goed in ben, door het te doen en te reflecteren. Merk op wat ik hier net schreef, namelijk DOEN en reflecteren. Voor ik met de Queeste startte was het vooral reflecteren en minder doen.

Dit jaar bracht me nieuwe, spannende dingen. Ik probeer hier een overzichtje te geven.

De Queeste startte op haar eerste dag met de invulling van een halve pedagogische studiedag rond “Hoogbegaafdheid en Onderpresteren”. Het was absoluut spannend én ik had er ook absoluut van genoten. Top team ook. Zo fijn ook om 1 jaar later nog als feedback te krijgen dat ze nog steeds over die pedagogische studiedag spreken!

Wat ik nog deed? Een vormingsnamiddag voor leerlingenbegeleiders binnen het secundair onderwijs rond Oplossingsgericht werken. Zalig om te doen. Samen al in een paar uurtjes toch concreet oefenen. Binnenkort mag ik er weer naartoe, voor een vervolg.

Nog een heel spannend moment: een voormiddag meer organiseren voor een grote groep CLB-medewerkers in samenwerking met Wim Meijer! Ik stond daar toen eventjes te spreken voor meer dan 70 hardwerkende mensen. Alleen al overleggen met Wim Meijer was een voorrecht.

Nog nieuw voor mij, ik ben echt aan de slag gegaan met het Filosoferen met kinderen en jongeren (FMJK) binnen de groepsbegeleidingen van Praktijk Voluit! Ongelofelijk, tot welke denksprongen zelfs kleuters al in staat zijn. Hoe ze elkaar leerden bevragen, geduldig konden wachten en luisteren naar het antwoord van een ander. Durfden twijfelen én toch ook wel wat verbaasd waren dat je als gespreksleider ook niets wist!

Ik had het voorrecht om enkele jongeren te begeleiden. Samen op pad. Op hun eigen pad. Niet persé het pad van de verwachtingen van iedereen rondom hen. Durven uitkomen voor je eigen pad én er dan voor durven gaan. Ik ben echt dankbaar voor die jongeren die al op mijn pad zijn gekomen. De bereidheid om te experimenteren. Het vertrouwen waarmee ze hun ogen dicht doen om zich dan te laten leiden door wat ik zeg. Kwetsbaar en stoer tegelijkertijd.

De ouders die ik heb mogen begeleiden of die het vertrouwen aan mij gaven om hun kind te begeleiden. Steeds opnieuw zien hoe ze het beste willen voor hun kinderen. Hoeveel ze bereid zijn te doen om daarvoor te zorgen. Maar ook, de onzekerheid, zelftwijfel en moed om hulp te vragen.

Zoals steeds (een rode draad doorheen mijn hele loopbaan) volgde ik ook verschillende vormingen. Ik ging naar congressen rond hoogbegaafdheid (en stelde daar steeds opnieuw vast dat ik toch al zeker meer wist dan ik dacht), ik volgde een boeiende en intensieve 2-daagse bij Agnes Burger-Veltmijer en mijn ‘goesting’ in diagnostiek was weer helemaal terug. Ik mocht ook, met behulp van handelingsgerichte diagnostiek de puzzel van sommige kinderen en jongeren leggen. Heerlijk om te doen, vaak bijna een hele dag doorbrengen met het kind en dan figuurlijk gaan puzzelen.

Ik volgde ook een basisopleiding ACT. ACT was de omschrijving van wat ik in mijn eindportfolio van Oplossingsgericht begeleiden schreef. ACT was thuiskomen, hoewel niet comfortabel. ACT trekt je de ervaring in, blijft niet hangen in praten. Ik was zo enthousiast, dat ik me nu aan het verdiepen ben ik ACT4KIDS en net de 2-daagse training rond ACT YOUR WAY afgerond heb. In november volgt nog de training ACTief opvoeden en dan ga ik hiermee ook aan de slag met ouders!

Misschien wel het spannendste dat ik deed tijdens mijn eerste jaar De Queeste? Me inschrijven voor het postgraduaat contextueel gedragstherapeut. Je weet wel, ACT trekt je de ervaring in. Ook als ACT therapeut ontsnap je er niet aan. Maar het is zo waardevol wat ik zie gebeuren tijdens de individuele begeleidingen, wanneer je iemand de ervaring intrekt. Wanneer je dan samen merkt dat die ervaring, hoe vervelend ook, toch gedragen kan worden. Wanneer je dan daarna, ondanks de ervaring ook nog je eigen weg kan gaan. Voor mij is dat goud waard.

Ik kijk enorm uit naar dat 2de jaar De Queeste. De samenwerking met Praktijk Voluit! is bekend gemaakt. De groepsbegeleidingen binnen deze praktijk die ik mee verzorg staan open voor inschrijvingen. Het filosoferen plan ik zeker nog verder in. De vormingen die ik nog mag geven. Het is allemaal spannend en genieten tegelijk.

Los van het werk, hier thuis willen ze allemaal dat ik blijf doen wat ik nu doe. Ze beweren dat ik er een aangenamer mens van geworden ben ;).